De streek
Sarnano is gelegen aan de voet van de Sibillijnse bergen, een communita montana die afgesneden is van de ‘vooruitgang’ die zoveel van de meer toegankelijke gebieden van Italië heeft bedorven. Sinds in 1996 de gehele keten van de Sibillijnse bergen een natuurreservaat is geworden, is er nog meer bescherming gekomen. Deze streek bezit opmerkelijke schatten, zowel aan natuur als aan kunst. Hier heeft de bezoeker de kans om het authentieke Italië te ontdekken, een wereld met tradities, die zich niet heeft aangepast ter wille van de toeristenindustrie.
De bergen
De Sibillijnse bergen zijn heel bijzonder. Terwijl je wandelt van top naar top (verschillende ervan vereisen, hoewel hoog, geen speciale bergbeklimmervaardigheden) ben je op het dak van de wereld, met diepe dalen beneden je, vol schaduw en vooruitstekende rotsen: de klassieke ‘orrido’ die zo vaak voorkomt in renaissance schilderkunst. De dalen zelf zijn heel toegankelijk: een ideale plaats voor een picnic. In de lente en de vroege zomer kennen ze een rijke flora die van karakter verandert naarmate men hoger klimt, totdat zij echt alpien wordt in de omgeving van de toppen. Nergens zul je een grotere verscheidenheid aan wilde orchideeën vinden, en er zijn zelfs hier en daar tapijten van edelweiss.
Met de auto
Autotochten in de Sibillini zijn eveneens een aangename ervaring. Van Sarnano uit bereik je bijvoorbeeld in anderhalf uur Visso, in Umbrië, waarbij je dan langs het hoogland van Ragnolo komt, langs het meer van Fiastra (heerlijk om even een duik te nemen), en langs het zestiende-eeuwse heiligdom van Macereto, verlaten gelegen in een prachtig wild landschap. Of je kunt het meer zuidelijk zoeken, twee en een half uur ver, in Norcia. Daarbij kom je dan langs de hoogste top, de Monte Vettore (2476 m), en rijd je door de merkwaardige hoogvlakte van de Piano Grande waar de beste linzen groeien en waar het hanggliden wordt beoefend. Norcia zelf is beroemd om zijn bosproducten: wild zwijn, truffels etc. - en er is ook een geweldig restaurant. Je zult op je tocht nauwelijks auto’s tegenkomen, maar misschien wel een stoet muilezels, die brandhout uit de bergen naar beneden brengen.
De stadjes in de streek
De stadjes die rondom de bergketen liggen hebben alle iets te bieden. San Ginesio bijvoorbeeld (15 km van Sarnano) was in het verleden het rijkst, zoals haar grandioze kerkje laat zien, en vanaf de stadwallen heb je een schitterend uitzicht. In Penna San Giovanni, iets verderop, tref je het oudste (midden achttiende eeuw) van de piepkleine theatertjes die bijna al deze provinciestadjes rijk zijn. Verder hangen er in de kerk van Monte San Martino schilderijen die in het Rijksmuseum niet zouden misstaan. Bij de kapperswinkel ernaast moet je vragen of je het theater kunt bekijken. Bij de pastorie moet je aankloppen als je de schilderijen wil zien.
Tradities en culinaria
De plaatselijke bevolking is gemakkelijk in de omgang en vriendelijk. Gedurende de zomer worden diverse festiviteiten georganiseerd. Sommige duren zelfs enkele dagen, met optochten, spelen, concerten en maaltijden in de open lucht. Andere bestaan uit een avond eten van plaatselijke specialiteiten. Eten is een fundamenteel genoegen en er zijn uitstekende restaurants, waar je echt waar voor je geld krijgt. Wanneer je de Italianen uit de provincie kent, met hun ijver en hun liefde voor voedsel van eigen bodem, begrijp je waarom. En anders bereidt Crispin met liefde een maaltijd voor je in Casale.
Norcia
Dorp Scène
Zij Straten